Interactieve Media weblog

  • Het traditionele adverteren en communiceren wordt steeds minder succesvol. Steeds meer nieuwe technieken steken de kop op en worden door innovatieve bedrijven ingezet om klanten daadwerkelijk aan zich te binden.

    Op deze weblog vind je de allerlaatste ontwikkelingen op het gebied van marketing, communicatie en interactieve media. De log geeft inzicht in de laatste trends op dit gebied. Daarnaast leggen we je de laatste technieken uit. Als je nog niet goed op de hoogte bent van de revolutie die er op dit moment plaatsvindt op het gebied van communicatie is deze weblog een absolute aanrader.

Laatste berichten

Laatste reacties

Neem inhoud van deze site over (XML)

web-log.nl, powered by TypePad

20 september 2006

Mobiel bankieren; Rabobank is ongeduldig

De Rabobank is ontevreden over het aantal mensen dat gebruik maakt van bankieren per mobiele telefoon. Zo'n 17.000 mensen hebben zich geregistreerd voor Rabo Mobielbankieren. "Vergeleken met de 2,5 miljoen klanten die bankieren via internet, is dat aantal niets," zegt Willem de Jager, die bij de Rabobank verantwoordelijk is voor mobiele diensten, op www.emerce.nl.

Belangrijk probleem met mobiel internetten is volgens De Jager het feit dat in Europa mensen gewend zijn te internetten via een PC. Dat in tegenstelling tot Japan waar het aantal mobiele internetters groter is dan internetters via de PC. In dat land zijn veel mensen eerst – vanaf ongeveer 1997 - gaan internetten via mobiele devices, en pas later via de PC. Mensen zijn daar dus gewend om te internetten via een mobiel apparaat. De Jager: “Als je als consument gewend bent te surfen via de PC dan is de ‘user experience’  van wap of i-mode niet prettig.”

Andere problemen vormen volgens hem onder meer de hoge en niet-transparante kosten en de portalsites van providers die geen handige toegang geven tot het ‘open internet.’

Willem de Jager is dus niet tevreden maar moet niet ongeduldig worden. De mobiele telefoon wordt in Nederland door zijn doelgroep- de twintig plusser en ouder die werkt- vooral gebruikt om te bellen. Sms-en is in de doelgroep 12-16 jaar razend populair, daarboven wordt de telefoon nog vaak gewoon als telefoon gebruikt.

De mobiele telefoon raakt steeds meer ingeburgerd als transactiemedium. Nu betaalt men nog voor ringtones. Straks worden de dagelijkse rekeningen via de mobiel gedaan. Ik garandeer binnen nu en een aantal jaren dan ook een stijgend gebruik van de Rabo Mobile Services. Hou vol Willem! Hou vol!

Online Public Relations steeds belangrijker

Een onderzoek van Pew Research Center geeft aan dat 31% van de Amerikanen regelmatig de online nieuwssites bezoekt. Niemand zal hierover verbaasd zijn, maar als je beseft dat 2 jaar geleden, in hetzelfde onderzoek, de groei op 2% uitkwam dan is dit enorm!

Wie profiteert er van deze stijging? Zoals het er nu uitziet winnen de search engines. Ze worden de primaire website waarmee de internetter start. Niet alleen om te zoeken, maar dus ook voor het vergaren van online nieuws. Gaf in 2004 63% van de internetters aan naar een search engine te gaan voor online nieuws, in 2006 is dit al 74%.

Uit het onderzoek komt ook naar voren dat van de internetters die op zoek zijn naar informatie, maar liefst 76% toevallig bij het online nieuwsbericht terecht is gekomen.

Hoe kan de marketeer van deze trend profiteren? Wanneer men zoekt via Google of Google News, is het belangrijk dat ook daar de bedrijfsinformatie naar voren komt. Zorg ervoor dat de persberichten ook online worden verspreid (naar online nieuwsbronnen en weblogs). Voor een goede vindbaarheid in de search engines is het van belang dat de persberichten ook toegankelijk zijn via de eigen website.

Het is dus belangrijk om in dit proces de PR afdeling erbij te betrekken. Juist de persberichten zijn van grote waarden voor kwalitatief bezoek vanuit (news) search engines.
Bron: Eric van Veen op Molblog

14 februari 2006

Klachten verzameld op nieuwe site

Consumenten met een klacht over een Nederlands bedrijf of instelling, kunnen die sinds vrijdag achterlaten op KlachtenCentrale.nl.

De klachten worden automatisch doorgestuurd naar het bedrijf in kwestie. Dat wordt vervolgens uitgenodigd te reageren.

De afhandeling van de klacht loopt via de site, maar is onzichtbaar voor derden. De privacy wordt op die manier gewaarborgd, aldus de initiatiefnemers van de site. Er zijn geen kosten aan verbonden.

Na een maand wordt de klager gevraagd de afhandeling van de klacht te beoordelen. Op basis van die beoordeling krijgen bedrijven een cijfer en bedrijven die het het beste doen, krijgen een vermelding op de site.

De initiatiefnemers denken betrouwbare statistische informatie te kunnen verzamelen over klachten in Nederland, waar bedrijven wellicht geld voor over hebben Ook advertenties op de site moeten geld opleveren.

(bron: ANP)

Tv-kijken lijdt onder internet

Europese jongeren gebruiken steeds meer internet ten koste van de tijd die ze tv-kijken.

Een onderzoek in opdracht van de European Interactive Advertising Association onder zevenduizend jonge Europeanen in acht landen bevestigt weer eens dat jongeren steeds meer tv links laten liggen. Bijna de helft van de 15- tot 24-jarigen zegt vanwege internet minder tv te kijken. Internetgebruik is goed voor een kwart van de tijd die aan media wordt besteed.

Niettemin is internet nog lang niet het belangrijkste medium. Op de eerste plaats staat nog steeds tv met 31 procent van de aan media bestede tijd. Dan volgen radio met 27 procent, kranten met 10 procent en tijdschriften met 8 procent.

Radio lijdt het minste schade. Ruim een vijfde zegt minder radio te luisteren door internet. Muziek is bij de jongeren de grote trekker van internet. En kwart koopt online muziek in plaats van naar een platenwinkel te gaan. Meer dan de helft luistert liever online dan op een andere manier. Ook spelletjes zijn populair: 40 procent geeft aan in de afgelopen week een site voor spelletjes te hebben bezocht.

Online communicatie is een fikse concurrent van de telefoon. Ruim de helft geeft de voorkeur aan chatten. Een kwart zegt minder te sms'en door internet. Het onderzoek is uitgevoerd door Millward Brown.

31 januari 2006

Nederlanders zijn internetwinkelaars

In Nederland winkelt 30 procent van de bevolking wel eens via internet. Daarmee behoort Nederland tot de Europese top op dat gebied. Het gemiddelde voor de Europese Unie ligt op 20 procent. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) eind januari heeft gepubliceerd.

In Zweden, Groot-Brittannië, Duitsland en Luxemburg ligt het percentage iets boven dat van Nederland. In Griekenland winkelt vrijwel niemand via internet.
Bijna 80 procent van de Nederlandse huishoudens heeft toegang tot het internet. Dat percentage is het hoogste van alle landen in de EU. E-mailen en surfen op het net wordt het meest gedaan. Chatten staat op de derde plaats.

[Bron: CBS]

27 januari 2006

'Community websites snelste groeiers'

Niet de gevestigde merken als Google en Yahoo zijn de snelste groeiers op internet, maar de door gebruikers gevulde community websites.

Dat blijkt uit een onderzoek van Nielsen naar de snelst groeiende internetmerken in het Verenigd Koninkrijk. Websites die adviseren over het gebruik van internet, zoals het opzetten van een blog of een shoppingsite, chatnetwerken en download-sites waren de snelste groeiers in 2005.

Het snelst groeiende internet-merk van het afgelopen jaar is de website Piczo. Deze community site waar mensen met een tool hun eigen foto-website kunnen maken en onderbrengen, ontving in een jaar tijd 97 keer (9699 procent) zo veel unieke bezoekers. Het bezoekersaantal steeg van 12.500 in 2004 tot 1.2 miljoen in 2005.

Op de tweede plaats staat de wenskaarten site AmericanGreetings, die in 2005 een het bezoekersaantal met 2151 procent zag toenemen. Ook peer-to-peer muziek site Limewire zag zijn publiek het afgelopen jaar explosief stijgen met 666 procent en is daarmee met 2,3 miljoen unieke bezoekers de grootste snelgroeier van 2005. Andere topper is de Britse versie van de door gebruikers gevulde encyclopedie Wikipedia die in 2005 een groei doormaakte van 326 procent. De toptien bestaat voorts uit de shopping directory Shopzilla, softwaretools-site Starware, muziekdistributeur OD2, internet telefonie aanbieder Skype, de games en chat-site van kinderzender Nickleodeon, en als hekkesluiter op nummer tien de inmiddels door Google overgenomen Blog-directory Blogger. In de lijst van populairste merken nam Google de toppositie over van Microsoft en MSN, en verdrong Apple Wannadoo van de tiende plaats. (MediaGuardian)

24 januari 2006

Hogere inkomsten muziek via internet en gsm

De wereldwijde inkomsten uit digitale distributie voor platenmaatschappijen stegen in 2005 van 380 miljoen naar 1,1 miljard dollar. Het betreft hier inkomsten uit de verkoop van muziek via internet en mobiele telefoons.

Dat liet de IFPI, de internationale organisatie van de platenmaatschappijen, vorige week donderdag weten. De inkomsten uit digitale distributie maken nu ongeveer 6 procent uit van de totale omzet van de platen-maatschappijen. Bijna de helft daarvan komt uit verkopen van tracks en realtones voor de mobiele telefoon.

In 2005 waren er ruim twee miljoen liedjes voorhanden via internet, een verdubbeling ten opzichte van het jaar daarvoor. Er werden 420 miljoen liedjes gedownload.

Volgens het IFPI helpt het succes van legaal liedjes downloaden, tegen het illegaal van internet halen van muziek. Uit een recent onderzoek van Juniper Research blijkt zelfs dat in Duitsland en Engeland al meer personen legaal downloaden in plaats van illegaal. Het gaat dan wel vooral om nieuwe gebruikers die beta-len voor muziek. Mensen die dat eerder illegaal deden, zijn minder snel geneigd er nu wel voor te betalen.
(bron: ANP)


23 december 2005

Consumenten hebben moeite overzicht te bewaken

Of het nu om een zorgverzekering, gsm-abonnement, internetaansluiting of snacks en frisdranken gaat: veel consumenten vinden dat ze te veel keus hebben. Bij die producten vindt minstens de helft het aantal keuzemogelijkheden te groot.

Dat blijkt uit onderzoek van het bureau MarketResponse onder vijfhonderd Nederlanders van achttien jaar en ouder. Vooral bij abonnementen voor mobiele telefoons zien de consumenten door de bomen het bos niet meer: 70 procent vindt het aantal mogelijkheden te groot.

Ook de keuze van een zorgverzekering zorgt voor hoofdbrekens: 44 procent zegt daar moeite mee te hebben. Bij het kiezen van een internetaansluiting zou 42 procent wel hulp willen hebben.

In het algemeen stelt 60 procent het wel op prijs om veel keuze te hebben, maar ziet een bijna even groot percentage vaak door de bomen het bos niet.

[bron: Market Response]

20 december 2005

Nederlandse man is digitaal

Vrijwel alle Nederlandse mannen zijn anno 2005 digitaal. Dat blijkt uit onderzoek van Sanoma Men's Magazines (SMM) Kenniscentrum in samenwerking met Trendbox.

Enkele andere resultaten uit het onderzoek:

29 procent zegt absoluut niet zonder elektronica of gadgets te kunnen
37 procent vindt dat elektronische producten en gadgets een grote toegevoegde warade hebben
55 procent van de mannen vindt dat elektronische foefjes voor plezier staan
40 procent vindt digitale televisie het innovatiefst

De Nederlandse man verkiest in meerderheid (56 procent) de gedrukte versie van een krant of tijdschrift met gratis toegang tot de online versie.

Er bestaan vier groepen digitale manenen gemeten naar het gebruik van en binding met digitale producten of diensten. 23 procent (zo'n 1,5 miljoen Nederalndse mannen) 'omarmen de digitale technologie'. Zij worden in het onderzoek de 'Sprinters'genoemd. De groep die daarop volgt, heet 'Voorlopers', ook 23 procent. Zij 'willen graag' en doen hun best de ontwikkelingen bij te houden. Daarna volgen de 'Volgers, een groep van 29 procent die de ontwikkeling wat kritischer bekijken. De laatse groep bestaat uit 'Achterblijvers', 23 procent die niet warm of koud worden van de digitale revolutie.

De topvijf van merken die volgens de Nederlandse man vooruitlopen: Microsoft, Philips, iPod, Nokia en TomTom. 74 procent van de Nederlands mannen kent iPod, maar slechts drie procent gebruikt het. Als we naar Microsoft kijken: 95 procent kent het, 64 procent maakt er gebruik van.

22 november 2005

Jongeren steeds meer gericht op status

De nieuwe generatie jongeren is materialistisch en meer gericht op status dan ooit tevoren. Toch blijken ze ook oog te hebben voor hun omgeving. Een van hun grootste zorgen is namelijk het steeds meer verdwijnen van natuur in Nederland.
Dit blijkt uit het nieuwe YoungMentality-onderzoek onder kinderen en jongeren van 8 tot en met 18 jaar van Sanoma Uitgevers Young, Motivaction International en Bureau Young Works.
Er is een duidelijke tweedeling tussen jongeren te zien. Enerzijds is er een grote groep (47%) die duidelijk statusgericht is en een materialistische inslag heeft, anderzijds een groep die duidelijk idealistisch en sociaal te noemen is (35%).

Met name de grote groep statusgerichte jongeren zit in een lastig parket, want voor de meesten van hen is het financieel onmogelijk om steeds weer de behoefte aan dure kledingmerken, de nieuwste geavanceerde mobieltjes en andere gadgets te vervullen.
Toch maken jongeren zich niet alleen zorgen om hun status, maar ook om grote maatschappelijke problemen, zoals het verdwijnen van natuur in hun eigen omgeving. Maar liefst 65 procent vindt het zorgelijk dat natuur in hun directe leefomgeving moet wijken voor de aanleg van bijvoorbeeld nieuwe wegen, industrieterreinen of woonwijken.
Een leven zonder internet kunnen de meeste jongeren zich niet voorstellen. De computer vinden ze zelfs vaak belangrijker dan tv: voor 70 procent is de computer een onmisbaar apparaat; 62 zegt hetzelfde over de tv.

Het onderzoek deelt jongeren in zes praktische profielen in met hun eigen waardepatronen: Honkvaste Gemakzoekers (18%), Eigenzinnige Idealisten (15%), Enthousiaste Verkenners (16%), Extraverte Statuszoekers (13%), Erkenningzoekers (18%) en Sociale Aanpassers (de grootste groep met 20%). Er werden ruim 4.000 jongeren gevraagd naar onder meer hun waarden, mediagedrag, hobby's en interesses tot leefstijl en merkgebruik.

[bron: Adformatie]

18 november 2005

"Cultuur van invloed op gebruik messenger"

Waarom is MSN-messenger in Nederland veel succesvoller dan in landen als Duitsland of Italië?
Waarom is Instant Messaging zo populair in Nederland? De hoge breedbandpenetratie, maar ook andere aspecten spelen een rol. Zo vinden Italianen messenger sociaal niet acceptabel omdat bij hen alles draait om 'face-to-face' - contact. Het gebruik van de GSM is daar maatschappelijk geaccepteerd. Met een mobieltje ben je onderweg, 'on the go' en zit je niet voor een beeldscherm, terwijl je ook ergens anders had kunnen zijn.

In Duitsland doet messenger het slecht vanwege de lagere breedbandpenetratie en het feit dat er 'heel veel regels zijn'. "Op veel plekken is het niet toegestaan om messenger te gebruiken, bijvoorbeeld op het werk." Iets dat in Nederland veel minder opgaat. "Ook op veel kantoren is het al een geaccepteerd communicatiemiddel."

In Nederland is messenger een communicatiemiddel dat veel wordt gebruikt voor het uitwisselen van 'emotionele boodschappen.' Een groot verschil met Italië waar mensen communicatie via internet beschouwen als 'koud'. "In Nederland zie je juist dat veel internetters messenger gebruiken om hun identiteit vorm te geven." Messenger is niet alleen een communicatiemiddel voor jongeren is. Ook veel 'oudere' internetters gebruiken het programma, soms als uitlaatklep. "Ik heb hier zelfs gezien dat mensen die bij elkaar in huis wonen messenger gebruiken om een ruzie uit te praten."

Bron: Emerce

15 november 2005

Gebruik instant messaging in de lift

Amerikaanse werknemers versturen meer im- dan e-mailberichten op een dag.

In een jaar tijd is het gebruik van instant messaging-programma's door Amerikanen, zowel zakelijk als privé, met 19 procent gestegen. Dat blijkt uit de Instant Messaging Trends Survey van America Online (AOL), fabrikant van de AOL instant messenger (AIM).

58 Procent van de Amerikaanse werkende bevolking gebruikt een chatprogramma op zijn werk om met andere collega's te communiceren. Zo'n 28 procent gebruikt een im-programma voor contact met zakelijke klanten. Ongeveer 12 procent zegt een moeilijk gesprek liever via een im-programma te voeren dan face-to-face.

"Vroeger dacht ik dat instant messaging alleen iets was voor studenten, maar in werkelijkheid is het iets van alle leeftijden", zegt Chamath Palihapitiya, general manager van AIM, ICQ en America Online. En instant messaging blijkt steeds meer op de werkplek te worden gebruikt.

Van degenen die instant messaging voor zakelijke doeleinden gebruiken, zet 13 procent van de ondervraagden hun screen name op hun visitekaartje.

Bron: Webwereld

18 oktober 2005

Online marketingacties gewild bij senioren

Senioren zijn eerder geneigd mee te doen met online acties dan jongeren, surfen eerder naar een website die in een commercial wordt genoemd en staan ook meer open voor e-mailmarketing. Tot deze conclusies komen Clockwork en de Rijksuniversiteit Groningen in een gezamenlijk onderzoek.
Hoewel jongeren nog steeds de meest fanatieke internetters zijn in Nederland, groeit het aandeel ouderen binnen de internetpopulatie. Volgens de jongste cijfers van het CBS maken 1,8 miljoen 50-plussers gebruik van internet, wat neerkomt op 35 procent van het totale aantal mensen binnen deze groep. Deze groep internettende ouderen zal de komende vijftien jaar stijgen naar 40 procent van de Nederlandse bevolking, voorziet het CBS.

Onder adverteerders is nog maar weinig interesse te bespeuren om ook online campagnes te lanceren gericht op deze overwegend kapitaalkrachtige doelgroep. "Ik denk dat het komt omdat productmanagers bij bedrijven gemiddeld 29 jaar oud zijn. Het past niet echt binnen het eigen referentiekader", zegt Hans Drenth, business unit manager bij het interactieve communicatiebureau Clockwork. Ook in gesprekken met eigen klanten wordt vaak uitgegaan van vooronderstellingen, constateert Drenth. "Men wil dan jongeren een e-mail sturen, en hebben voor ouderen een papieren mailing in gedachten. Terwijl in dit onderzoek nu juist naar voren komt dat ouderen open staan voor e-mail."

Drenth zegt met de uitkomsten van het onderzoek zijn klanten vaker te zullen wijzen op de oudere doelgroep. "Het is relevant voor financiele dienstverleners, autofabrikanten, cosmeticabedrijven en de reiswereld. Vijftig-plussers blijken bijvoorbeeld nog vaak een nieuwe auto te kopen." Het onderzoek van Clockwork en RUG werd gehouden onder honderd 50-plussers en vijftig mensen in de leeftijd van 25-35 jaar, de laatsten fungeerden als refentiegroep. De onderzoekers zeggen dat dit aantal onderzochte mensen een representatief beeld geeft. De belangrijkste uitkomsten zijn:

· 31 procent van de senioren geeft aan wel eens aan een online actie mee te doen, tegenover 26 procent van de mensen in de leeftijd 25-35 jaar. Senioren vinden met name samples opvragen interessant.
· 27 procent van de senioren zegt zich regelmatig te registreren bij online acties, tegenover 22 procent van de mensen in de leeftijd van 25-35 jaar.
· 38 procent van senioren geeft meestal toestemming voor het versturen van e-mail bij een registratie, tegenover 22 procent van de mensen in de leeftijd 25-35 jaar
· 91 procent van de senioren vult bij registratie het e-mail adres in, 60 procent voegt daar ook naam en productinteresses aan toe en 20 procent is bereid adresgegevens achter te laten

Senioren klikken ook vaker op banners dan jongere mensen, aldus de onderzoekers. Bij de leeftijdsgroep 25-35 jaar gaat het om 6 procent, onder senioren ligt dat op maar liefst 24 procent. Ook Drenth beaamt dat het 'forse klikratio's zijn'. De stelling dat ouderen mogelijk (nog) minder goed content van advertenties kunnen onderscheiden, klopt volgens Drenth niet. "We hebben in het onderzoek duidelijk uitgelegd wat banners zijn en er ook voorbeelden van laten zien. Men blijkt het onderscheid dus te kennen. Wat de reden van de hoge klikratio is weten we niet precies. Ik kan me voorstellen dat senioren meer tijd hebben om eens te kijken achter een banner. Jongeren zitten toch wat gehaaster voor het scherm."

Hans Rheeden, van het communicatieadviesbureau Agewise, gericht op ouderen: "Ik denk dat het effect van online marketing op ouderen ook hoger is door de aard van internet. Hoe ouder je wordt, hoe lastiger het is om hoofd- van bijzaken te onderscheiden. Surfen is een vrij geïsoleerd iets, waar je minder afgeleid wordt. Jongeren zijn bovendien veel impulsiever, ze scannen webpagina's. Ouderen concentreren zich juist meer op hetgeen ze doen, waarmee ze ook meer aandacht hebben voor bijvoorbeeld banners."

Wanneer het gaat om het herkennen van de afzender van een e-mail blijken senioren daar meer problemen mee te hebben dan jongeren. 65 procent van de senioren zegt dat het daartoe goed in staat is, tegenover 73 procent van de mensen in de leeftijd van 25-35. Ook blijkt deelname aan een online actie of registratie soms te moeilijk voor senioren in de leeftijd van 60 tot 70 jaar.

Simpele interfaces, procedures en een goede uitleg, zijn volgens de onderzoekers voor hen belangrijk. Verder blijkt privacy tot zorgen te leiden onder de oudere internetters. "Senioren in de leeftijd 50-60 jaar zijn privacygevoelig en vinden het belangrijk om aanbieders van online acties goed te kennen. Wanneer dit niet het geval is ziet men af van deelname en registratie", aldus de onderzoekers.

Bron: Emerce.nl

11 oktober 2005

'Meer restricties graag!'

Onderzoek brengt een nieuwe trend aan het licht: Assault on Pleasure.

Assault on Pleasure verwijst naar een verharding van consumentenattitudes: consumenten zijn meer bereid om restricties aan mensen en organisaties op te leggen die hun algemene levenskwaliteit kunnen beïnvloeden.

Zo vindt bijvoorbeeld 80 procent van de respondenten dat alcohol op de werkplek niet toegestaan zou moeten worden, meent 39 procent dat four-wheel drives in het stadscentrum verboden moeten worden en zou volgens 70 procent de financiële sector gereguleerd moeten worden - wellicht vanwege groeiende consumentenschulden.

Ook de houding tegenover reclame verandert. Zo vindt 45 procent van alle volwassenen dat het voedingsbedrijven verboden zou moet worden reclame te richten op kinderen. Hoe moeten bedrijven reageren op Assault on Pleasure? Onder meer door consumenten te laten weten dat ze serieus genomen worden. Zoals McDonald's dat voor z'n nieuwste, gezondere menu's adverteerde met de kop We hear you.

Bron: Marketing Week

Jongeren houden van merken

Hoe staan jongeren (12-30 jaar) tegenover merken en reclame? Belgisch onderzoek biedt inzicht.

In het onderzoek zijn 1.400 jongeren ondervraagd over hun inkomsten en uitgaven, consumptiegedrag, tijd- en mediabesteding en dromen. Daaruit blijkt onder meer dat televisie als reclamemedium nog altijd het beste scoort, op afstand gevolgd door tijdschriften, affiches en radio en als hekkensluiters bioscoopreclame, kranten en internet. Ook merken doen het nog steeds goed. In de meeste productcategorieën is het merk het doorslaggevende keuzecriterium, vooral onder mannen.

De onderzoeksuitkomsten hebben uiteindelijk geresulteerd in een indeling van jongeren in verschillende subgroepen. Voor de categorie voeding bijvoorbeeld, zijn drie groepen te onderscheiden: well-advised explorers (proberen nieuwe smaken, maar binnen budget), brand lovers (merkentrouw vanwege identiteit) en brand believers (merkentrouw vanwege kwaliteit, smaak). Brand believers zijn vaak thuiswonende jongeren, terwijl well-advised explorers eerder stellen zijn.

Bron: MediaMarketing

27 september 2005

Onderzoek: Homo als consument onderschat

De homo wordt als consument nog steeds niet voor vol aangezien. In tv-reclames zijn bijvoorbeeld zelden homo`s te zien, terwijl dit, zo blijkt uit onderzoek van reclamebureau Euro RSCG en Gay.nl, enorm gewaardeerd zou worden.

De studie werd onder 3.000 homoseksuelen gehouden. `Veel bedrijven zijn bang dat ze de heteroseksuele consument van zich vervreemden. Maar het tegendeel is waar`, zo blijkt uit een aanvullend onderzoek. `Slechts 5,7% van de hetero`s ervaart homo`s in reclame als negatief. Ruim 30% van de ondervraagden geeft aan dat een reclame waarin een homo-stel voorkomt, hen juist eerder opvalt.`

bron: Algemeen Dagblad (16-09-05)

Hoe benaderen we ouderen?

Financieel dienstverleners verschillen van mening over hoe zij ouderen moeten benaderen. Zo hanteert de ene dienstverlener de leeftijdscategorie 50+, terwijl de ander pas boven de 65 spreekt van een aparte doelgroep.

Ze zijn het er evenwel over eens dat ouderen een lucratieve doelgroep zijn: in Nederland hebben 55-plussers meer dan de helft van het particuliere vermogen in handen. Sommige financieel dienstverleners bieden ouderen slechts extra service aan voor het vergemakkelijken van (dagelijkse) bankzaken, terwijl anderen juist een speciaal assortiment van producten en diensten bieden.

Wat zeker vaststaat, is dat ouderen van nu actiever zijn dan ouderen van vroeger. Een ruime meerderheid van de ouderen tussen de 60 en 75 jaar is te kwalificeren als `actief`. Deze groep geniet nog volop van het leven, voelt zich nog lang niet oud, is actief op internet en doet aan eigenwoningbezit. Ongeveer eenderde van alle ouderen, de groep ouder dan 75 jaar, voldoet niet aan dit beeld. Bij deze ouderen beginnen vaak gezondheidsproblemen op te spelen. Deze groep is tevens veel spaarzamer dan andere ouderen. Wel hechten zij ook veel waarde aan hun zelfstandigheid.

bron: Bank- en Effectenbedrijf (08-09-05)

20 september 2005

HabboHotel: ontmoetingsplaats en trainingskamp

Een uiterst gelikte vormgeving en een strakke functionaliteit die gelukkig zijn getrouwd met content én commercie. Ziehier de stevige basis voor het succes van de recente tienerhit HabboHotel.

Eerst even de koele cijfers: HabboHotel is een franchiseproduct dat alleen al in 2005 in Nederland - in samenwerking met de Telegraaf Tijdschriften Groep - 3 miljoen euro in het laatje brengt. Best aardig voor een site die pas 1,5 jaar bestaat.

De Nederlandse site bezit 2,7 miljoen profielen, maar meerdere inschrijving zijn gebruikelijk en uitschrijven is nagenoeg onmogelijk. De gemiddelde leeftijd van de gebruiker is 14,8 jaar, 52 procent van hen is een jongen en zij worden in de gaten gehouden door veertien betaalde moderators en meer dan 60 vrijwilligers.

Gemenerik
Maar wat is HabboHotel nu eigenlijk? Voor de niet-ingewijden, 'Habbo' is een online virtuele wereld die zich met name op tieners richt. Je kunt er een mannetje of vrouwtje aanmaken en door de eindeloze vertrekken van een groot hotel wandelen. Je komt een leuke meid van 11 tegen in het zwembad (uiteraard in kleurige bikini), waagt met haar vriendin een dansje in de discotheek (natuurlijk met knipperende 'Saturday Night'-dansvloer) en kletst wat af de Hitweek-lounge. Door deze wereld heen lopen Hobba's, een soort chatmoderators die een oogje in het zeil houden. Want uiteraard kunnen ook, en ik citeer de HabboHotelsite, 'gemeneriken' lid worden.

Tot zover is het een leuk opgetuigde chatbox. Maar de echte fun, voor de bezoekers en voor de portemonnee van de makers, begint bij het inrichten van je eigen kamer. Je krijgt een eigen ruimte die, als je er voor het eerst inwandelt, nogal kaal aandoet. Niet-Nederlands ongezellig.

De grote truc van HabboHotel is dat je 'meubi' kan kopen door naar een betaallijn te bellen. Bij een keertje bellen ben je 1,60 euro armer, maar heb je met tien credits genoeg om een roze bedje, een antieken boekenkast en een bijpassend berenvelletje te kopen. maar dat kan ook anders. Sommige tieners, zo bleek onlangs uit een reportage van Radar, presteren het om 180 euro aan virtueel design neer te zetten. 90 Procent van de gebruikers verkeert er echter gratis.
Bron: Webwereld

Online winkelen en bankieren steeds populairder

79% van alle Nederlanders van 16 jaar en ouder heeft ooit wel eens gebruik gemaakt van het internet. 70% geeft aan, de afgelopen week nog online te zijn geweest. Via het web boodschappen doen en bankieren worden als toepassingen steeds populairder. Dit blijkt uit de Life & Living internetmonitor, die sinds 1995 door Trendbox wordt uitgevoerd. Onlangs werden weer 1.000 Nederlanders van 16 jaar en ouder ondervraagd over het gebruik van internet.

Iets meer dan tien jaar geleden werd internet gebruikt door slechts 1% van de Nederlandse bevolking. Internetters van het eerste uur waren voornamelijk mannen, jongeren, hoger opgeleiden en inwoners van de randstad. Een selecte groep dus, die geen representatieve afspiegeling vormde van de maatschappij.

Inmiddels lijkt het profiel van de online populatie steeds meer op de 'echte samenleving'. Ouderen en vrouwen in het bijzonder hebben de laatste jaren in rap tempo een inhaalslag gemaakt. Was in 1995 slechts een enkele 65-plussers online te vinden, nu surft 30% van de senioren minimaal eenmaal per week op het wereldwijde web. Van de jongeren is tegenwoordig vrijwel iedereen online, maar deze generatie was daar altijd al goed vertegenwoordigd. In 2005 zegt slechts 1% van alle 16-25 jarigen nog nooit van het internet gebruik gemaakt te hebben, terwijl 93% aangeeft de afgelopen week tijd op het internet te hebben doorgebracht.

Het aantal vrouwen dat momenteel wekelijks over het internet surft is, evenals in 2004, gelijk aan het aantal mannen. In 1995 bestond de Nederlandse internetbevolking nog voor 80% uit mannen en voor 20% uit vrouwen. Ook inwoners van de Randstad waren toen oververtegenwoordigd op het net. Zij maakten in 1995 60% uit van de internetpopulatie, maar dat is intussen teruggelopen naar 46%. Dit komt nagenoeg overeen met de daadwerkelijke geografische spreiding in Nederland.

Internet wordt door negen van de tien personen gebruikt voor het versturen van e-mail. Het zijn echter online aankopen en -bankieren die een significant hoger gebruik laten zien ten opzichte van vorig jaar. Bijna tweederde (63%) van alle internetters geeft aan zijn of haar bankzaken op virtuele wijze te regelen, terwijl dat vorig jaar nog door 54% werd gedaan. Iets minder dan de helft (44%) van de online populatie zegt, goederen te kopen of te bestellen via het web. Een jaar geleden werd dat nog maar door eenderde van alle internetters gedaan. Vooral 25-49 jarige internetters gebruiken het medium significant vaker dan gemiddeld voor deze zaken.

19 september 2005

De consument is oppervlakkig

De consument neemt de meeste reclame slechts oppervlakkig waar. Daar moet de onderzoeker rekening mee houden. Diepte-onderzoek levert schijninzichten op.

Er bestaat nog altijd veel ontzag voor diepte-onderzoek. Met kwalitatieve interviews, waarin de consument uitgevraagd wordt over de gevoelens en associaties die hij bij reclame heeft, zouden we pas echt te weten komen wat reclame voor die consument betekent.

Het is echter de vraag of het wel zin heeft zo diep te gaan. Want reclame werkt juist aan de oppervlakte. Dagelijks komt de consument naar schatting zo'n 6000 merknamen tegen en die registreert hij meestal slechts oppervlakkig. Als je de consument vraagt om, zoals in diepte-interviews meestal gebeurt, na te denken over een reclame-uiting of uit te leggen wat hij bij een merk voelt, dan ontstaat er al gauw een onnatuurlijke situatie.

'Streaming', een nieuwe methode die zijn naam ontleent aan de uit de literatuur bekende stream-of-consciousness stijl, nodigt de consument uit om vrijelijk zijn gedachten te laten gaan. Het levert observaties op van het type 'die reclame heb ik gisteren gezien, had iets met goedkoop te maken, is sowieso niets voor mij'. Dat biedt meer inzicht in de positie die het merk inneemt in het leven van die consument dan diepgaande, quasi-psychologische beschouwingen.
Bron: Admap

Online doelgroep voelt zich niet aangesproken

Veel webgebruikers van 14 jaar en ouder hebben niet in de gaten dat bepaalde online advertenties voor hen bedoeld zijn. Dat blijkt uit een onderzoek van Burst Media.

Van de 6400 webgebruikers die door Burst ondervraagd werden, geloofde slechts 29 procent dat online reclame zich tot hen richt. Zelfs de veelbestookte doelgroep van 14 - 17 denkt in 54,8 procent van de geval-len dat online advertenties voor andere leeftijdsgroepen bedoeld zijn, niet voor hen.
Respondenten van 35 jaar en ouder denken dat webadvertenties voor jongeren bedoeld zijn. Van de res-pondenten tussen de 35 - 44 denkt 31,2 procent dat de reclame voor hun eigen leeftijdsgroep bedoeld is; 44,5 procent denkt dat het zich tot een jongere doelgroep richt.
Drie van de vijf (62,5 procent) van de respondenten tussen 45 - 55 en bijna driekwart (72,3 procent) van de deelnemers ouder dan 55 meent dat online advertenties zich richten tot mensen die jonger zijn dan zij.

19 augustus 2005

'Internet is belangrijkste informatiebron'

Internet is een onmisbare informatiebron geworden. Bijna driekwart van de Europeanen gaat eerst op internet kijken als ze iets willen weten.

Bijna driekwart van de Europeanen (73,9 procent) blijkt internet te raadplegen als ze snel iets willen weten. Nog geen 7 procent zoekt het op in een woordenboek of encyclopedie en ruim 4 procent vraagt het eerst aan zijn familie of partner. Dat blijkt uit een onderzoek dat in opdracht van MSN op internet is uitgevoerd onder 11.823 Europeanen in tien landen, waaronder Nederland.

Voor 58 procent van de ruim elfduizend ondervraagde Europeanen is internet de belangrijkste bron voor informatie en triviale weetjes. Televisie volgt met bijna 14 procent en familie en vrienden vormen voor slechts 5,5 procent de belangrijkste informatiebron.

Volgens de onderzoekers kan een derde van de ondervraagden met zoekmachines niets relevants vinden. Vooral Italianen haken snel af na een zoekopdracht. Spanjaarden blijken meer geduld te hebben. Van hen haakt slechts een derde af na het invullen van een zoekopdracht
bron: Webwereld

10 augustus 2005

Amerikaanse jongeren msn'en liever



Amerikaanse jongeren maken liever gebruik van instant messenger dan dat ze elkaar mailen. Dat blijkt uit een net verschenen, maar alweer enigszins gedateerd onderzoeksrapport van de Pew Internet and American Life Project. Ze gebruiken de messenger vooral om informatie met elkaar uit te wisselen.

Internetgebruikers in de Verenigde Staten tussen de 12 en 17 vinden dat e-mail het beste gebruikt kan worden om te communiceren met hun ouders of met instanties. Als ze met elkaar van gedachten willen wisselen, gebruiken ze liever instant messaging. 90 procent van de Amerikaanse tieners gebruikt nog wel steeds e-mail.Toch zijn ze veel enthousiaster over instant messaging, zo blijkt uit het onderzoek van het Pew Internet and American Life Project.

Driekwart van de ondervraagde tieners gebruikt instant messaging, tegen 42 procent van alle ondervraagde volwassenen. Bijna de helft zegt dagelijks gedurende meer dan 2 uur te instant messagen met vriendjes en vriendinnetjes. In totaal werden zo'n 1100 teenagers ondervraagd voor het onderzoek.

Zij zeiden het instant messaging programma vooral te gebruiken om weblinks of foto's naar elkaar te sturen, terwijl een derde van de jongeren zegt de instant messaging-tool vooral te gebruiken om geluidsfragmenten en videoclips te sturen. Volwassenen waren veel minder genegen dat te doen, zo blijkt uit het onderzoek.

Bijna 9 op de 10 teenagers zegt het internet te gebruiken, tegen 74 procent in 2000. Het blijken vooral arme (veelal zwarte) mensen te zijn die geen toegang hebben tot het internet. Het onderzoek werd in oktober en november 2004 uitgevoerd. De resultaten zijn nu echter pas bekend geworden.
bron: Emerce.nl

Breedband zorgt voor meer online verkoop

De groei van het aantal breedbandgebruikers heeft een positief effect op de entertainment- en media-industrie. Er worden meer diensten en producten online gekocht.

2 reacties Door Edwin Feldmann
Tot die conclusie komt PricewaterhouseCoopers (PwC) in zijn Global Entertainment and Media Outlook: 2005-2009. De verwachting is dat de online bestedingen dankzij de groei van breedband zullen stijgen van 11,4 miljard dollar vorig jaar tot bijna 73 miljard dollar in 2009.

Doordat er steeds meer breedbandgebruikers zijn, wordt het eenvoudiger om nieuwe producten aan te bieden. Volgens PwC kan de verkoop van online videospellen, legale digitale muziek 'in bijna alle Europese regio's aanzienlijke inkomsten genereren'.

"Breedbandtoegang creëert nieuwe mogelijkheden en vergemakkelijkt online reclame-uitingen en online transacties", legt John Middelweerd van PwC Nederland uit. Voorbeelden van diensten die volgens hem steeds vaker worden aangeboden, zijn online games en online filmverhuur.
bron: webwereld

13 juli 2005

Cookies vaker geweigerd


Internet gebruikers weigeren steeds vaker cookies; bestanden die voor herkenning en marketingdoeleinden op de harde schijf worden achtergelaten. Dat blijkt uit een studie van WebTrends. Het aantal weigeringen is de laatste zestien maanden verviervoudigd, van 2,84 procent in januari 2005 tot 12,4 procent in april 2005.

Het onderzoek bevestigt eerdere bevindingen van Jupiter Research. Dat bureau constateerde eerder dit jaar dat bijna 58 procent van alle internetgebruikers regelmatig de opgeslagen cookies verwijdert. Veertig procent doet dit zelfs maandelijks.

Grootste nadeel is dat het hierdoor steeds lastiger wordt om betrouwbare gegevens te vergaren over het aantal unieke bezoekers aan een site en over het bezoekersgedrag.

Het groeiende aantal weigeringen heeft volgens WebTrends hoofdzakelijk te maken met het toenemende gebruik van firewalls, proxy servers, anti spyware programma's en veiligheidsinstellingen in Windows XP en Internet Explorer die met de introductie van Service Pack 2 automatisch zijn veranderd.

De retailsector heeft het meest te lijden onder de trend. Hier loopt het percentage weigeringen op tot 16,9 procent. Andere sectoren die worden getroffen zijn telecommunicatie (15,4) en gezondheidszorg (14,7). WebTrends heeft de gegevens ontleend aan een onderzoek naar 5 miljard bezoekerssessies. Daarbij heeft men met name gekeken naar sites die veel bezocht worden.

WebTrends suggereert dat mogelijk andere technieken gebruikt kunnen worden om online marketing campagnes te ondersteunen. Het bureau maakt overigens wel onderscheid tussen cookies die door derden worden aangeleverd en cookies die door de bezochte site op de harde schijf worden achterlaten. Gebruikers zouden tegen het laatste type bestanden minder bezwaar hebben.

Uit onderzoek van InsightExpress blijkt dat consumenten zeer uiteenlopende opvattingen hebben over cookies. Slechts een kwart van de ondervraagde consumenten weet een cookie juist te omschrijven; 67 procent zegt cookies te wissen om zijn privacy te beschermen. Een deel denkt dat door cookies te verwijderen de overlast van spam of virussen kan worden tegengegaan.

De trend staat niet op zichzelf. Volgens een studie van Pew Internet & American Life Project worden internet consumenten in het algemeen voorzichtiger. Meer dan 80 procent zegt niet meer zomaar vreemde bestanden die bij email te openen. Ongeveer helft van de ondervraagden is naar eigen zeggen gestopt met het bezoeken van "verdachte webpagina's.
BRON: EMERCE